de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht. Deze aan. Montesquieu ontleende idee van een trias politica impliceert dat er geen macht is die
21 pages

67 KB – 21 Pages

PAGE – 1 ============
223Evenwicht is een dynamische toestand! Over schuivende machten en de rechtsvormende rol van de Hoge Raad 1Maarten Pieterse ‚De staat zelf wordt principieel gescheiden van de Kerk en vervolgens onderverdeeld in drie machten die elkaar in evenwicht moeten houden: de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht. Deze aan Montesquieu ontleende idee van een trias politica impliceert dat er geen macht is die het laatste woord heeft.™ 21 InleidingIn het rapport ‚Versterking van de cassatierechtspraak™ van de commissie normstellende rol Hoge Raad (hierna: het rapport Hammerstein) is gecon -stateerd dat bepaalde soorten zaken waarin rechtsvragen aan de orde komen waarvan aannemelijk is dat maatschappelijk behoefte bestaat aan een rich -tinggevende uitspraak van de Hoge Raad, de Hoge Raad niet of niet tijdig bereiken. 3 In de hiernavolgende bijdrage zal ik uiteenzetten dat ook in het belastingrecht categorieën zaken bestaan, die de Belastingkamer van de Hoge Raad niet of niet tijdig bereiken, maar waarin de Hoge Raad een rechtsvor -mende taak zou kunnen of heeft te vervullen. 4 Daartoe geef ik in de volgende paragraaf een korte beschouwing over wat de taak van de Hoge Raad is en zou moeten zijn. In paragraaf drie zal ik de kwaliteit van de instroom van zaken analyseren en in paragraaf vier betogen dat in het belastingrecht de uitvoeren -de macht meer initiatief naar zich toe heeft getrokken, als gevolg waarvan er hiaten zijn in het aanbod van zaken van de Hoge Raad, en aangeven waarom 1 Een verkorte versie van dit artikel is reeds gepubliceerd in NJB 2013/2123, p. 2512-2518. 2 D. Pessers, De rechtsstaat voor beginners , Amsterdam: Uitgeverij Balans 2011, p. 42. 3 Zie p. 3, 4 en 26 van het Rapport Hammerstein, te raadplegen op de website van de Hoge Raad. 4 Anders p. 35-38 van het Rapport Hammerstein. Wetenschappelijk Bijdragen.indd 22311-4-2014 10:13:22

PAGE – 2 ============
224dat mijns inziens niet wenselijk is. Oplossingen voor de vraag hoe de Hoge Raad zich (weer en/of meer) als rechtsvormend orgaan zou kunnen pro˜leren geef ik in paragraaf vijf. Ik sluit af met een conclusie. 2 Wat is de taak van de Hoge Raad? De rechterlijke macht is één van de drie pijlers van de trias politica van Mon -tesquieu. 5 Voor het ˜scale recht is het standpunt verdedigd dat sprake is van een ‚duas politica™: de invloed van het Ministerie van Financiën op het wetge -vingsproces is zeer aanzienlijk. 6 De Hoge Raad neemt in de (nationale) rech -terlijke piramide de hoogste plaats in. De taak van de Hoge Raad is drieledig en bestaat uit het zorgen voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling 7 en rechts -bescherming: ‚De Hoge Raad dient, mede op basis van een goede voorlichting door het Parket, richting te geven aan de rechtsontwikkeling en de rechtseen -heid en de rechtszekerheid te bevorderen door het beantwoorden van rechtsvragen in concrete zaken op basis van een grondige analyse van 5 Zie over het evenwicht van machten: W.J. Witteveen, Evenwicht van machten (oratie Tilburg), Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1991. Voor een evenwicht binnen de trias politica is wederzijds vertrouwen nodig tussen de drie machten; zie voor een uitgebreide uiteenzetting over de relatie tussen de wetgevende en rechtsprekende macht: M. Hertogh, Scheidende machten. De relatie -crisis tussen politiek en rechtspraak , Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2012. Hertogh con -cludeert overigens dat (p. 117): ‚(–) niet zo zeer sprake is van een relatiecrisis tussen politiek en rechtspraak onderling; maar veel meer nog van een relatiecrisis tussen politiek en rechtspraak en de rest van de samenleving.™ Zie over de verdwijnende machtsbalans tussen regering en parlement: A.F.M. Brenninkmeijer, ‚Rechtsbescherming en rechtsvorming door de hoogste bestuursrechters™, NJB 2000/13, p. 699-700. 6 R.H. Happé, ‚Van Trias politica naar duas politica. Een verkenning van een nieuw evenwicht™, in: Belastingrechtspraak in een veranderende wereld. Belastingadviseursdag 2001 , Den Haag: Sdu Uitgevers 2001, p. 26 en J.W. Zwemmer, ‚De taak van de Hoge Raad in belastingzaken™, NJB 2002/7, p. 306. 7 Thomassen schrijft over rechtsvorming: ‚Waar de wetgever de algemene norm stelt, bepaalt de rechter in ieder concreet geval waar de grenzen liggen. Het toepassen van deze algemene norm in het concrete geval is een creatief proces. In het complexe proces van normering kan niet altijd een heel scherp onderscheid worden gemaakt tussen het formuleren van de wet en haar toepassing. De wet is niet af na de stemming in het parlement. Zij blijft gevormd worden door degene die haar toepast.™ W.M.E. Thomassen, ‚Recht op een rechter™, in: E.A.G. van der Ouderaa (red.), Schurende machten. Inleiding en verslag van een symposium ter gelegenheid van het afscheid van mr. H.F. van den Haak als president van het gerechtshof te Amsterdam , Nijme -gen: Ars Aequi Libri 1999, p. 27. Wetenschappelijk Bijdragen.indd 22411-4-2014 10:13:23

PAGE – 3 ============
225Evenwicht is een dynamische toestand! regelgeving, jurisprudentie en doctrine, met inbegrip van Europees -rechtelijke en internationale aspecten. Dit moet gebeuren op een wijze die zoveel mogelijk duidelijkheid geeft voor soortgelijke toekomstige gevallen. Tezelfdertijd treedt de Hoge Raad op als laatste rechter in de concrete zaak, in welke hoedanigheid hij waar nodig rechtsbescherming kan bieden aan de individuele rechtzoekenden.™ 8Tussen de verschillende taken bestaat een zekere spanning wanneer in aan -merking wordt genomen dat van de Hoge Raad wordt verwacht dat tijdig, ade -quaat, in de zin van een goede motivering, en met beperkte middelen c.q. mankracht 9 recht moet worden gedaan. Daartegenover staat dat de stelling kan worden verdedigd dat rechtsvorming juist bijdraagt aan rechtsbescher -ming. 10 Ik steun de opvatting van de commissie Hammerstein waar zij stelt dat zou kunnen worden gestreefd naar een ruimere invulling van de rechts -vormende taak. 11Zwemmer heeft het standpunt verdedigd dat juist in het belastingrecht de rechtsbeschermingsfunctie 12 vooropstaat: ‚(–) de belangrijkste taak van de Hoge Raad als hoogste rechter in belas -tingzaken (–) bestaat uit de rechtsbescherming van de burger tegen een machtige wetgevende en uitvoerende macht waarvan de controle van -uit het daartoe geëigende staatsorgaan, de volksvertegenwoordiging te kort schiet. Dat daarnaast ook nog een taak op het gebied van de ˆscale rechtsvorming bestaat, staat buiten kijf, maar die rol acht ik zonder meer ondergeschikt aan die van de rechtsbescherming.™ 138 Rapport Hammerstein, p. 9-10. 9 Zie G.J.M. Corstens, ‚De toekomst van de cassatie™, Strafblad 2007/1, p. 38. 10 Zie bijvoorbeeld J.M. Barendrecht, ‚Door muren kijken. Suggesties voor hervorming van de civiele cassatierechtspraak™, NJB 2002/7, p. 298. 11 Rapport Hammerstein, p. 12. Over de rechtsvormende taak van de Hoge Raad kan echter ook anders worden gedacht. Zie onder meer S.K. Martens, ‚De grenzen van de rechtsvormende taak van de rechter™, Trema 2000/5, p. 171; J. van Duijvendijk-Brand, ‚Waartoe is de Hoge Raad op aarde?™, NJB 2010/9; F. Bruinsma, ‚Het rapport Hammerstein: de vlucht naar voren van de Hoge Raad™, NJB 2009/36, p. 2552 en W.E. Haak, ‚Rechtsvorming door de hoogste rechter, toeval of beleid?™, NJB 2000/13, p. 713. 12 Zie uitgebreider over de rechtsbeschermingsfunctie: A.E.M. Röttgering, Cassatie in strafzaken. Een rechtsbeschermend perspectief , Den Haag: Sdu Uitgevers 2013. 13 J.W. Zwemmer, ‚De taak van de Hoge Raad in belastingzaken™, NJB 2002/7, p. 307. Hierbij dient te worden aangetekend dat toentertijd in belastingzaken slechts één feitelijke instantie bestond. Zie ook Happé: ‚(–) de primaire taak van de rechter [is] het bieden van rechtsbescher -Wetenschappelijk Bijdragen.indd 22511-4-2014 10:13:23

PAGE – 4 ============
226Cassatie is een gewoon rechtsmiddel. De toetsing door de Hoge Raad is niet bedoeld als een volledige derde instantie, maar om de kwaliteit van het recht te borgen. 14 Als de Hoge Raad rechtsvormend optreedt, hebben de arresten niet alleen voor de rechterlijke macht een gidsfunctie, maar juist ook voor de samenleving als geheel. Zij kunnen het gezag van de Hoge Raad doen toe -nemen. Dergelijke arresten kunnen als leidraad fungeren voor partijen om hun rechtspositie te bepalen. De maatschappij als geheel pro˜teert derhalve van dergelijke rechtsvormende arresten. Een belastingplichtige zal daaren -tegen minder boodschap hebben aan de rechtsvormende taak van de Hoge Raad. Het zal hem er in het algemeen om gaan dat hij gelijk krijgt. De weg ernaartoe lijkt daarbij minder belangrijk. Aldus is sprake van uiteenlopende verwachtingen ten aanzien van de rol die de Hoge Raad heeft te vervullen. 15 Vanzelfsprekend dient steeds het recht van de belanghebbende op een eer -lijk proces voorop te staan. In het belastingrecht moet die belanghebbende immers de strijd aan met de overheid: voorwaar geen gemakkelijke tegenstan -der. Een verschuiving naar een meer rechtsvormende taakopvatting zal alleen op een behoedzame en geleidelijke wijze kunnen worden vormgegeven. Wie rechtvaardigheid wil betrachten zal ervoor moeten zorgen dat het recht op een eerlijk proces, ondanks alle goede rechtsvormende bedoelingen, niet in het gedrang komt. 16In de literatuur is verdedigd dat een grotere nadruk op de rechtsvormende taak van de Hoge Raad het risico in zich bergt dat de Hoge Raad gemakkelijk alleen komt te staan. De wetgever zou, vaker dan hij dat nu al doet, de Hoge ming aan de burger (–).™ R.H. Happé, Schuivende machten. Over trias politica en het gelijkheids -beginsel in het belastingrecht (oratie Tilburg), Deventer: Kluwer 1999, p. 50 en L.G.M. Stevens, ‚Prijs (van) de rechtsbescherming™, in: B. van Delden, G.J. van Muijen & L.G.M. Stevens (red.), Rechtspraak in 2040. Liber amicorum ter gelegenheid van het afscheid van mr. G.A.M. Stevens als president van het Gerechtshof ™s-Hertogenbosch , Deventer: Kluwer 2009, p. 214. 14 Zie het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, De toekomst van de nationale rechtsstaat , Den Haag: Sdu Uitgevers 2002, p. 271-272 en M. Loth, ‚Beslissen te beslissen; hoe de Hoge Raad zijn agenda bepaalt™, in: A.G. Castermans e.a. (red.), Ex Libris Hans Nieuwenhuis: opstellen aangeboden aan prof. mr. J.H. Nieuwenhuis, hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden, bij zijn emeritaat , Deventer: Kluwer 2009, p. 219. 15 Zie M. Loth, ‚Beslissen te beslissen; hoe de Hoge Raad zijn agenda bepaalt™, in: A.G. Caster -mans e.a. (red.), Ex Libris Hans Nieuwenhuis: opstellen aangeboden aan prof. mr. J.H. Nieuwen -huis, hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden, bij zijn emeritaat , Deventer: Kluwer 2009, p. 214. 16 Zie ook P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, ´Wat moet de Hoge Raad?™, in: J.F. de Groot & H.M.˜Slaghekke (red.), Frank en vrij (Thunissen-bundel), ™s-Gravenhage: IBR 2009, p. 15. Wetenschappelijk Bijdragen.indd 22611-4-2014 10:13:23

PAGE – 5 ============
227Evenwicht is een dynamische toestand! Raad in de steek kunnen laten. 17 Mijns inziens hoeven we daar niet bang voor te zijn. De Hoge Raad kan deze taak aan. De Hoge Raad is immers in het verle -den niet voor niets een juridisch onbetwist center of excellence genoemd. 18 Om rechtsvormend op te kunnen treden is de Hoge Raad echter voor een deel, zie paragraaf 3, afhankelijk van de kwaliteit van de instroom van zaken. 3 Kwaliteit van instroom Uit de cijfers over de jaren 2000 -2012 volgt zowel een stijgende trend van het percentage zaken dat door de Belastingkamer met een verwijzing naar arti -kel˚81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: artikel 81 Wet RO) is afgedaan (zie gra˜ek 1) als het percentage zaken dat in een 3 -formatie is gewezen (zie gra˜ek 2). 19 Dat zegt iets over de zwaarte van de afgedane zaken en dus ook over de kwaliteit van de instroom, in de zin dat de Hoge Raad in die zaken niet rechtsvormend behoeft op te treden. Aangezien een artikel 81 Wet RO -afdoening alleen wordt toegepast in zaken waarin de aangevoerde klacht niet tot cassatie kan leiden en niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling, ligt het immers voor de hand te stellen dat in deze zaken geen rechtsvorming plaatsvindt. 20 Ook zou hieruit, weliswaar voorzichtig, de conclusie kunnen worden getrokken dat de Hoge Raad de grenzen van artikel 81 Wet RO opzoekt. 21 17 P.A.M. Mevis, ‚Versterking van de cassatierechtspraak™, DD 2008/33, p. 470. 18 N.J.H. Huls, ‚Rechterlijk leiderschap, ontwikkelingen sinds 1988™, in: N.J.H. Huls (red.), Verster -king van de cassatierechtspraak door de Hoge Raad , Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2009, p. 23. 19 De cijfers zijn ontleend aan de jaarverslagen van de Hoge Raad en geven alleen die uitspraken weer waarbij alle klachten met een verwijzing naar artikel 81 Wet RO ongegrond zijn verklaard. De jaarverslagen zijn te raadplegen op de website van de Hoge Raad. In deze benadering zit een, in ieder geval gedeeltelijke, overlap, omdat zaken die geheel met een verwijzing naar arti -kel 81 Wet RO ongegrond zijn verklaard, over het algemeen in een 3-formatie zullen zijn gewe -zen. In het jaarverslag over het jaar 2012 is geen uitsplitsing naar formatie opgenomen. 20 Zie ook voor een toespitsing op het civiele recht: J.B.M. Vranken, ‚Consequenties van een ver -sterking van de rechtsvormende taak van de Hoge Raad: talrijk, divers en soms vergaand™, NJB 2009/17, p. 1084. 21 Zie ook de aanbeveling daartoe in het rapport Hammerstein, p. 3. Wetenschappelijk Bijdragen.indd 22711-4-2014 10:13:23

PAGE – 6 ============
228percentage 81 RO t.o.v. geheel199910090807060504030201002000200120022003200420052006200720082009201020112012Grafiek 1: percentage van de zaken waarbij alle klachten met een verwijzing naar artikel 81 Wet RO ongegrond zijn verklaard (x-as: het desbetreffende jaar; y-as: het˜bijbehorende percentage) 3- of 5-formaties10090807060504030201002000200120022003200420052006200720082009201020113-formatie5-formatieGrafiek 2: percentage van de zaken die in een 3- dan wel 5-formatie is afgedaan (x-as: het desbetreffende jaar; y-as: het bijbehorende percentage; de ruitjes geven een 3-formatie weer en de vierkantjes een 5-formatie) Wetenschappelijk Bijdragen.indd 22811-4-2014 10:13:23

PAGE – 8 ============
230achteraf kan worden vermeden. 24 Belastingplichtigen worden geacht risico- volle structuren in een vroegtijdig stadium voor te leggen aan de Belasting -dienst. Als gevolg hiervan is te verwachten dat de instroom van zaken die aan de rechter zullen worden voorgelegd omlaag zal gaan. Voor de Hoge Raad zou dit een uitholling van zijn rechtsvormende taak kunnen betekenen. 25Het achterwege blijven van instroom van relevante zaken wordt eveneens ver -oorzaakt door het beleid van de Belastingdienst Œ en één van de paradepaard -jes van het Nederlandse ˜scale vestigingsklimaat Œ om op voorhand zekerheid te geven over de toepassing van de belastingwet in een bepaalde feitenconstel -latie door middel van een ruling. Structuren waarvoor een dergelijke ruling is afgegeven, denk onder meer aan het van toepassing zijn van de deelnemings -vrijstelling of de aftrekbaarheid van rente, zullen over het algemeen niet aan de rechter worden voorgelegd. In een eerder stadium is immers tussen par -tijen overeenstemming bereikt. Aldus zou kunnen worden betoogd dat de rechterlijke macht in zoverre geen rol heeft te vervullen. Van een hiaat in het aanbod van zaken is mijns inziens echter wel sprake. 26 De Hoge Raad kan in dergelijke zaken immers niet rechtsvormend optreden. Ook valt te denken aan het ter consultatie voorgelegde wetsvoorstel Wet vereen -voudiging formeel verkeer met de Belastingdienst. 27 Doel van het wetsvoorstel is onder meer een soepeler afdoening van ingediende aangiften doordat belas -tingplichtigen eerst een verzoek om herziening in moeten dienen alvorens de mogelijkheid van bezwaar en beroep openstaat. Wat is gepresenteerd als een vereenvoudiging van het formeel verkeer zou ook zo kunnen worden opgevat 24 Zie het rapport van de Commissie Horizontaal Toezicht Belastingdienst, ‚Fiscaal toezicht op maat. Soepel waar het kan, streng waar het moet™, p. 5. Het rapport is te raadplegen op http:// www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/06/20/ rapport-van-de- commissie-stevens-over-horizontaal-toezicht-bij-de-belastingdienst.html. Tegenover horizon -taal toezicht staat verticaal toezicht waarbij door onder meer boekenonderzoeken achteraf bepaalde correcties op een ingediende aangifte worden aangebracht. 25 Zie de door Jansen gegeven voorbeelden ten aanzien van de invulling van het begrip ‚goed koopmansgebruik™; J.J.M. Jansen, ‚De toekomst van de Belastingkamer van de Hoge Raad™, WFR 2009/27, p. 28. 26 Zie in gelijke zin J. van den Berge in zijn afscheidsinterview in het WFR ; H. Bergman & F.R.˜ Herreveld, ‚Verplichte procesvertegenwoordiging bevordert de kwaliteit van de cassatie -rechtspraak. Jaap van den Berge neemt afscheid van de Hoge Raad™, WFR 2013/452, p. 455. Anders (al zij het voorzichtig) R.E.C.M. Niessen, ‚Cassatie in belang der wet: betekenis voor de belastingadviseur™, in: L.J.A. Pieterse (red.), Velerlei gestalten (Linnewiel-bundel), Amersfoort: Sdu ˆscale en ˆnanciële uitgevers 2007, p. 125. 27 Kamerstukken II 2012/13, nr. 33 714. Wetenschappelijk Bijdragen.indd 23011-4-2014 10:13:23

PAGE – 9 ============
231Evenwicht is een dynamische toestand! dat procederen (nog) meer wordt ontmoedigd aangezien een belastingplich -tige over een nog langere adem moet beschikken en derhalve nog langer dan voorheen in onzekerheid verkeert over de afdoening van zijn aangifte. Tevens worden ˜scale geschillen opgelost door middel van mediation. Een onafhankelijke mediator, of een interne mediator van de Belastingdienst, begeleidt het proces naar een vaststellingsovereenkomst. Voordelen van medi -ation zijn dat het in het individuele geval veelal sneller en goedkoper is dan een de˜nitieve rechterlijke beslissing. Daarnaast blijft, in theorie in ieder geval, de bestaande relatie intact of wordt zelfs verbeterd. Ten slotte is ook de vertrouwe -lijkheid van de vaststellingsovereenkomst waarmee een (succesvolle) media- tion wordt afgesloten een voordeel voor de betre˛ende belastingplichtige. Een rechterlijke uitspraak die, weliswaar geanonimiseerd, wordt gepubliceerd zou ertoe kunnen leiden dat van een belastingplichtige bepaalde concurrentie- gevoelige informatie wordt vrijgegeven. Uit het voorgaande concludeer ik voorzichtig dat het erop lijkt dat de ˜scale uitvoerende macht steeds meer initiatief naar zich toetrekt 28 ten koste van, gelet op het machtsevenwicht in de trias, de rechtsprekende macht. De consta -tering van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 2002 dat de positie van de rechterlijke macht de afgelopen decennia relatief sterker was geworden, is wat mij betreft voor het belastingrecht in Œ in ieder geval Œ de afgelopen tien jaar niet juist. 29Ook in het strafrecht lijkt een dergelijke beweging gaande. Zo maakt bijvoor -beeld de Wet OM -afdoening het mogelijk dat de o˙cier van justitie lichte zaken zelf afhandelt. Dat moge een verlichting voor de rechterlijke macht zijn, principieel is het mijns inziens onjuist dat de weg naar de rechter niet open -staat. Ook in civielrechtelijke zaken is door de komst van mediation, bindend advies, arbitrage en andere manieren van geschilbeslechting 30 de rechter een 28 Zie ook het interview met Huub Willems in Het Financieele Dagblad van 20 april 2013; M.˜Gouds -waard, ‚We moeten oppassen voor verdere marginalisering van de rechter™, Het Financieele Dagblad 20 april 2013, p. 7 (katern Uitzicht). 29 Rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, De toekomst van de natio -nale rechtsstaat , Den Haag: Sdu Uitgevers 2002, p. 271. 30 Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de klachtenprocedure bij het Kiˆd (Klachteninstituut Financiële Dienstverlening), zie http://www.kiˆd.nl/consumenten/wie-behandelt-mijn-klacht. Dit instituut is ingesteld door banken, verzekeraars, intermediairs, vermogensbeheerders en andere ˆnanciële dienstverleners. Wetenschappelijk Bijdragen.indd 23111-4-2014 10:13:23

PAGE – 10 ============
232minder aantrekkelijke partner geworden om (rechts)vragen aan voor te leggen ter beslechting. In bovengenoemde gevallen zou het standpunt kunnen worden verdedigd dat sprake is van een verlichting van de rechterlijke macht doordat de instroom van zaken afneemt, maar dat neemt niet weg dat er sprake is en zal zijn van een hiaat in het aanbod van zaken. Algemene redenen waarom belastingplich -tigen liever niet procederen Œ kosten, tijdsbeslag en procesrisico Œ dragen er natuurlijk ook toe bij dat bepaalde zaken de Hoge Raad nooit zullen bereiken. Relevante rechtsvragen komen zo niet, en dus ook niet tijdig, bij de Hoge Raad terecht. Is dat te betreuren? Ik meen van wel. Doordat als gevolg van onder meer horizontaal toezicht, convenanten en compromissen minder wordt geprocedeerd over relevante rechtsvragen, is het minder inzichtelijk hoe in de praktijk een bepaalde rechtsvraag wordt ingevuld en of die invulling in gelijke gevallen wel op gelijke wijze plaatsvindt. Een geanonimiseerde publicatie zou eventueel deze bezwaren kunnen wegnemen. 31 Van rechterlijke controle is in dergelijke gevallen echter geen sprake. Al de voorgaande punten hebben een gemeenschappelijke kapstok: voor partijen is het de snelste en goedkoopste weg naar een oplossing van hun con˝ict, maar de rechtsvorming die plaats -vindt door de rechterlijke macht, en de Hoge Raad in het bijzonder, en dus de waarde voor de maatschappij als geheel, komt in de knel. Dit lijkt mij niet wen -selijk. 32 Het is dus zaak om de Hoge Raad een meer aantrekkelijke ‚partner™ te maken om rechtsvragen van partijen te beantwoorden. 33 In de navolgende paragraaf zal ik voorstellen doen hoe dat kan worden bereikt. Het voorgaande wil overigens niet zeggen dat in totaliteit minder zal wor -den geprocedeerd. Uit ramingen van het Wetenschappelijk Onderzoek – en Documentatiecentrum van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: 31 P.J. Wattel, ‚Een proactievere rol van de Hoge Raad in belastingzaken? Reactie op: R.H. Happé: Rechtspraak op het moment dat ertoe doet™, in: A.M. Hol (red.), De Hoge Raad in 2025. Contou -ren van de toekomstige cassatierechtspraak , Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2011, p. 185. Ook gepubliceerd in WFR 2010/1468. 32 Zie ook E.F. Faase te kennen uit: L.J.A. Pieterse, ‚Belastingrechtspraak in de actualiteit™, WFR 2011/307, p. 310. 33 Op verdergaande mogelijkheden waarbij de Hoge Raad niet langer via cassatierechtspraak de norm stelt, maar daarvoor andere bevoegdheden zou krijgen, ga ik niet nader in. Zie daarvoor L.G.M. Stevens, ‚Kwaliteit van belastingrechtspraak™, in: J.P. Boer (red.), Kwaliteit van belas -tingrechtspraak belicht. Liber amicorum aangeboden aan Prof. dr. A.O. Lubbers ter gelegenheid van zijn tienjarig afdelingsvoorzitterschap , Den Haag: Sdu Uitgevers 2013, p. 180-181 en 185. Wetenschappelijk Bijdragen.indd 23211-4-2014 10:13:23

PAGE – 11 ============
233Evenwicht is een dynamische toestand! WODC) volgt dat de instroom van belastingzaken in cassatie zal groeien naar iets boven 1.600 zaken in 2017. Dat is 59% meer dan de instroom in 2010 en 2011. 34 Volgens het WODC speelt de verwachte stijging van de belasting – en collectieve lastendruk een belangrijke rol ter verklaring van de verhoogde instroom. 35 Dit laat zich overigens mijns inziens moeilijk rijmen met de eer -der geconstateerde pogingen van het bestuur om procederen minder aantrek -kelijk te maken en zegt daarnaast niets over de kwaliteit van de zaken. 5 Hoe het evenwicht te herstellen?Bij de beantwoording van de vraag hoe de Hoge Raad (weer) een aantrekke -lijke(re) partij kan worden om (˜scale) rechtsvragen aan voor te leggen, dient mijns inziens ten eerste te worden gekeken naar de maatregelen die de Hoge Raad zelf kan nemen, en waarbij hij dus niet afhankelijk is van partijen of de wetgever, ten tweede welke rol het Parket zou kunnen vervullen om de Hoge Raad richtinggevende arresten te ontlokken, ten derde de maatregelen waarbij de Hoge Raad de hulp van de wetgever nodig heeft, ten vierde acties die par tijen kunnen ondernemen om hun rechtsvraag voor te leggen aan de Hoge Raad en ten slotte wat de juridische gemeenschap zou kunnen bijdra -gen. Daarbij hoeft de Hoge Raad niet bevreesd te zijn een beroep te doen op de wetgever om hem meer aan zijn rechtsvormende taak te laten toekomen. De minister van Justitie, tegenwoordig Veiligheid en Justitie, acht het immers zijn verantwoordelijkheid om de Hoge Raad zo te faciliteren dat deze zijn norm -stellende rol naar behoren kan uitoefenen. 36 Wetgevende macht en rechtspre -kende macht kunnen niet zonder elkaar: zij zijn partners in law business .37 Ik zal voor alle partners aangeven wat de mogelijkheden zijn om de Hoge Raad 34 Cahier 2012-9, Capaciteitsbehoefte Justitiële Ketens t/m 2017, beleidsneutrale ramin -gen, WODC, p. 74-75, op 18 september 2012 gepubliceerd op de website van het WODC: https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/actualisering-pmj-tm-2017.aspx?cp=44&cs=6799. In Cahier 2013-5 (Capaciteitsbehoefte Justitiële Ketens t/m 2018) worden radicaal (zie de disclaimer op p. 11 van het rapport) andere cijfers geraamd. In 2018 zou sprake zijn van een instroom van belastingzaken in cassatie van 1.100 zaken. 35 Cahier 2012-9, Capaciteitsbehoefte Justitiële Ketens t/m 2017, beleidsneutrale ramingen, WODC, p. 75. 36 J. Demmink, ‚Versterking van de cassatierechtspraak door de Hoge Raad™, in: N.J.H. Huls (red.), Versterking van de cassatierechtspraak door de Hoge Raad , Den Haag: Boom Juridische uitgevers: 2009, p. 1. 37 J.B.M. Vranken, ‚Toeval of beleid? Over rechtsvorming door de hoogste rechters™, NJB 2000/1, p. 2. Wetenschappelijk Bijdragen.indd 23311-4-2014 10:13:23

67 KB – 21 Pages