Apr 10, 2019 — zich onderscheiden met een bijzonder profiel (figuur. 1.2b). Voor vmbo-leerlingen zijn de bekende profielen minder beschikbaar.

730 KB – 212 Pages

PAGE – 5 ============
˜ Voorwoord Met een tablet waakt een zorgmedewerker in een verpleeghuis over de nachtrust van de bewoners. Dagelijkse boodschappen rekenen we steeds vaker af bij de zelfscankassa. Een nieuwe smartphone of sporthorloge bestellen we bij onze favoriete webshop – waar ook ter wereld. Wat hee˚ dat met ons onderwijs te maken? Ontwikkelingen als globalisering, digitalise – ring, technologisering en ˛exibilisering veranderen onze wereld, onze samenleving en onze arbeidsmarkt. Ook van scholen en opleidingen worden daarom veranderingen gevraagd. Leerlingen en studenten willen zekerheid over de waarde van hun diploma en over hun toekomst. Ouders verwachten meer onderwijs op maat voor hun kind. Werkgevers verwachten van gediplomeerden meer vaardigheden dan ze soms van hun opleiding hebben meegekregen. En in het onder-wijs zelf zijn er grote zorgen over het tekort aan leraren en schoolleiders.Hoe goed is ons onderwijs voorbereid op de verande- rende toekomst? Dit is de vraag die wij ons dit jaar stellen in de Staat van het Onderwijs.Nederlands onderwijs gemiddeld nog op niveauOm deze vraag te kunnen beantwoorden, moeten we beginnen met de belangrijkste doelen van het onder-wijs. Allereerst moet het jongeren begeleiden naar werk als werknemer of ondernemer. Ten tweede is het onderwijs erop gericht jongeren als burger volwaardig deel te laten uitmaken van de samenleving. En om elke jongere daadwerkelijk in staat te stellen te werken en mee te doen, moet het onderwijs de benodigde kennis en vaardigheden meegeven. Ten slo˝e is het de opdracht van het onderwijs om de talenten van álle leerlingen en studenten tot bloei te laten komen. Anders gezegd: allocatie, socialisatie, kwali˙catie en selectie met gelijke kansen, dat zijn de kerntaken van het Nederlandse onderwijs. Als we door de oogharen naar de ontwikkeling van deze kerntaken kijken, is het Nederlandse onderwijs gemiddeld nog op niveau. Het is positief dat leerlingen en studenten na hun opleiding vlo˝er een baan krijgen dan in de meeste ons omringende landen. Ook krijgen burgerschapsonderwijs en persoonsvorming steeds meer aandacht en we zien dat scholen en overheid werken aan de noodzakelijke aanscherping en verbete – ring ervan. Daarnaast halen vooral in het mbo meer jongeren een diploma op het niveau dat past bij hun vooropleiding. Positief is ook dat de oplopende kansenongelijkheid in het onderwijs voorzichtig lijkt te stabiliseren. En al is het verschil in kansen tussen leerlingen met gelijke talenten nog altijd fors groter dan tien jaar geleden, de eerste stap is gezet. Dat is niet zomaar gelukt: er is een gevoel voor urgentie en consensus ontstaan. Hierdoor werken partijen beter samen om de kansenongelijkheid te bestrijden.Haarscheuren dreigen zich te verdiepenDe afgelopen jaren maakten we een ˙lm van de staat van het onderwijs. We maakten niet alleen een momentopname, maar we keken scherp naar de ontwikkelingen door de jaren heen. Daardoor werden onmiskenbaar verschillende haarscheuren zichtbaar. Zo presteren minder leerlingen goed op de kernvakken taal en rekenen, neemt de laaggele˝erdheid toe en zien we grote verschillen in prestaties tussen scholen. Daarnaast krijgen sommige groepen leerlingen en

PAGE – 6 ============
ˆstudenten niet de kans die ze verdienen, in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. We zien ook dat groepen leerlingen elkaar steeds minder tegenkomen doordat de (sociaal-economische) segregatie in het onderwijs groeit. En als er niets aan deze haarscheuren wordt gedaan, verdiepen deze zich. Intussen loopt het tekort aan leraren en schoolleiders in delen van ons land sterk op. Dat vormt een risico voor de onderwijskwaliteit. Het tekort is bovendien ongelijk verdeeld: scholen met een meer uitdagende leerlingpo-pulatie hebben veel meer moeite leraren te vinden dan andere scholen.Mooie initiatieven, maar vaak ongerichtHoe gaan leraren, schoolleiders en bestuurders met deze maatschappelijke vragen om? Ze reageren heel verschillend. Iedere school en opleiding maakt hierbij z™n eigen keuzes. We zien veel vernieuwing en soms ook verbetering van het onderwijs. Het aantal scholen met een speci˙ek pedagogisch-didactisch concept groeit de laatste jaren sterk, evenals het aantal scholen met extra aanbod voor bepaalde vakken – zoals technasia en cultuurpro˙elscholen. Ook bieden meer scholen en opleidingen maatwerktrajecten en maat-werkdiploma™s aan. Dit alles levert regelmatig mooi en vernieuwend onderwijs op. Wel is niet altijd duidelijk waarom een school of opleiding kiest voor een bepaalde vorm van maatwerk, ˛exibilisering of pro˙lering. Leidt het tot meer gemotiveerde of beter presterende leerlingen? Verbetert het de aansluiting op de arbeidsmarkt? Of versterkt het vooral de concurrentiepositie van de opleiding of school? Daarbij evalueren scholen en opleidingen de resultaten en eˇecten van hun keuzes slechts in zeer beperkte mate. Hierdoor leren ze maar matig van wat wel en niet werkt en wordt deze kennis meestal niet gedeeld met andere scholen en opleidin-gen. Het lerend vermogen van het onderwijs is Œ paradoxaal genoeg Œ geringer dan bijvoorbeeld dat van sectoren als zorg, design, techniek en tuinbouw. En daardoor zijn onderwijsvernieuwingen vaak weinig duurzaam en het is onduidelijk of ze beter onderwijs leveren voor toekomstige generaties leerlingen en studenten.Minder zicht op onderwijskwaliteitDoor de variatie in het aanbod en de toename van maatwerk wordt het daarnaast lastiger om goed zicht te krijgen op de verschillende uitkomsten en op de kwaliteit van het onderwijs op scholen en opleidingen. Dit maakt het voor schoolleiders, bestuurders en de overheid moeilijker om scholen te vergelijken en om bij te sturen. En leerlingen en ouders weten niet goed wat de consequenties zijn van hun keuze voor een bepaalde school of opleiding. Samengevat, een gevarieerd aanbod is mooi, maar leidt dus ook tot versnippering en slecht zicht op het aanbod en wat het oplevert. Beide lijken voort te komen uit gebrek aan consensus over wat het onderwijs nu echt moet bieden. Dat is ongewenst. Ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) onderstreept dat: onvoldoende consensus over wat geleerd moet worden kan leiden tot versnip-pering in het onderwijs en daarmee tot verzwakking van het stelsel.Is ons onderwijs klaar voor de toekomst?De komende generaties leerlingen en studenten verdienen de garantie dat hun opleiding in ieder geval aan belangrijke basiseisen voldoet. Ik vraag me echter af of het onderwijs deze garanties kan blijven bieden. Hoewel ons onderwijs gemiddeld nog op niveau is, hebben we de afgelopen jaren zorgelijke ontwikkelin -gen laten zien. Nu zien we dat scholen en opleidingen hiermee aan de slag gaan, maar allemaal eigen oplossingen kiezen. Dit leidt onvoldoende tot duur-zame verbeteringen en het bereidt het onderwijs onvoldoende voor op de toekomst. Waar ik tegelijkertijd van overtuigd ben, is dat het wel kan. Want er zijn krachtige initiatieven, de betrokken -heid is hoog en het stelsel biedt volop ruimte. Het ontbreekt alleen aan een duidelijk fundament van gezamenlijke doelen, met ijkpunten. Dit fundament vraagt om iets minder vrijheid en vrijblijvendheid, hier zijn richting en keuzes belangrijk. En het is zaak dat iedereen, van leraren tot overheid en inspectie, de bijbehorende ijkpunten helpt bewaken. En dat leraren, schoolleiders en bestuurders niet alleen vernieuwen en verbeteren, maar de vernieuwing ook aan die ijkpunten toetsen. IJkpunten helpen om de vele initiatieven te richten en in het onderwijs een volgende stap te ze˝en. Het klinkt wellicht abstract, maar de opgave is voor iedere partij heel concreet.Regie op gezamenlijke doelen en ijkpuntenVan de overheid mag bijvoorbeeld worden verlangd dat ze de regie neemt, en vaststelt wat er in de toekomst echt nodig is voor de leerlingen en studenten. Wat zijn de gezamenlijke doelen en wat zijn daarbij de ijkpun -ten? Welke ambitie mag van het onderwijs worden verwacht? Denk aan laaggele˝erdheid en laaggecijferd-heid voorkomen, aan leerlingen voorbereiden op de deelname in de samenleving, aan zorgen dat studenten een plek kunnen vinden op de arbeidsmarkt. Waar de ijkpunten helder zijn, is het ook gemakkelijker om de druk te weerstaan van wisselende wensen en andere

730 KB – 212 Pages